Het Studentje logo

Nederlandse werkwoorden oefenen

Stap 1

Kies je werkwoorden

  • Zwakverleden tijd met -te of -dewerken – werkte – gewerkt
  • Sterkde klinker verandertlopen – liep – gelopen
  • Onregelmatigeen heel eigen vormzijn – was – geweest

Stap 2

Kies je tijden

Elke tijd staat op zijn plaats op de tijdlijn, van verleden naar toekomst. Wil je de verleden tijd oefenen? Kies dan een tijd aan de kant van het verleden.

Stap 3

Kies je studiejaar

Oefening 1/10

Jouw score

0/10

Liever hulp van een lesgever? We oefenen graag samen met je.Meer info over bijles