Rekenen oefenen
Oefen de maaltafels, hoofdrekenen en breuken, per leerjaar. Bij elke oefening zie je hoe je het snel uitrekent. Van het 2e leerjaar tot de 1e graad secundair.
Wat oefen je in welk leerjaar?
| Leerjaar | Wat oefen je? | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 2e leerjaar | maaltafels, rekenen tot 100 | 7 × 8, 47 + 38 |
| 3e en 4e leerjaar | rekenen tot 1 000, eerste breuken | 640 − 280, ¾ van 20 |
| 5e leerjaar | kommagetallen, breuken optellen | 2,4 × 10, ½ + ¼ |
| 6e leerjaar | procent, breuken × en :, volgorde van bewerkingen | 25 % van 80 |
| 1e graad secundair | negatieve getallen, machten, breuken delen | −3 + 8, 2³ |
-
Hoe leert mijn kind de maaltafels het snelst?
Oefen kort en vaak: elke dag vijf minuten werkt beter dan een uur per week. Begin met de tafels van 1, 2, 5 en 10 en ga daarna verder met de moeilijkere. Laat je kind de antwoorden typen in plaats van kiezen: zo onthoudt het ze beter.
-
Hoe tel je breuken met een verschillende noemer op?
Maak eerst de noemers gelijk. Zoek een getal waar beide noemers in passen, bijvoorbeeld 4 voor ½ + ¼. Dan wordt ½ gelijk aan 2/4, en 2/4 + 1/4 = 3/4. Vereenvoudig de uitkomst als dat kan.
-
Sluiten de oefeningen aan bij wat op school gezien wordt?
Ja. De onderdelen volgen de Vlaamse leerplannen en minimumdoelen: per leerjaar zie je alleen wat dan aan bod komt. Bij elke oefening staat een korte uitleg in stappen.
Geen vraag gevonden. Stel je vraag via het formulier.
Samen wiskunde oefenen?
We helpen je graag verder met bijles wiskunde, in Gent of online. Het kennismakingsgesprek is gratis en zonder verplichting.